
Patricia organiseert dit jaar het eerste ‘Noorderlicht festival’ in Porjus, met de bedoeling om mensen bij elkaar te brengen die op de een of andere manier in het noorderlicht geïnteresseerd zijn. Helaas kan ik het festival niet bijwonen omdat ik op zaterdag andere afspraken heb, en het is toch bijna drie uur rijden naar Porjus. ’s Middags belt Patricia me met de vraag of ik geen zin heb om later die avond bij het buffet in het Laponiahuis aanwezig te zijn. Daar had ze me al eerder voor uitgenodigd, maar ik had toen besloten om niet te gaan omdat ik het festival toch niet bij kon wonen. Patricia vindt dat duidelijk geen enkel bezwaar en zegt:“Volgens mij moet je gewoon langskomen, het is een select gezelschap…ik denk dat je het erg leuk zult vinden…”
Lapland buffet
Meer om Patricia een plezier te doen dan omdat ik er zelf zo’n zin in heb, rijd ik met hoge snelheid naar Porjus, om precies op tijd te arriveren voor het buffet. Er hebben zich ongeveer twintig mensen verzameld, waarvan ik er maar weinig ken. Waarschijnlijk hebben deze mensen zich vandaag allemaal al uitgebreid voorgesteld en presentaties gegeven. Ik vind het vervelend dat ik nu niet weet wie ze zijn, en vooral waarom ze hier zijn. De kok is druk bezig om de laatste hand te leggen aan het buffet, dat er werkelijk geweldig uitziet. Hem ken ik trouwens wel. Het is een vrolijke man met een kogelronde buik en een Bourgondische kop, voor wie voedsel de raison d’être is. Hij woont in Porjus en we hebben elkaar wel eens ontmoet bij vergaderingen van de schietclub. Volgens mij is hij de voorzitter van de jacht-en visvereniging. Zijn hoofd is rood aangelopen van de drukte, maar hij kijkt met een brede lach op zijn gezicht naar het buffet en is duidelijk tevreden over het resultaat van zijn inspanning. Wanneer we ons naar de tafels begeven herken ik ook een Japanner die samen met zijn collega’s een onderzoeksstation voor noorderlicht in Porjus heeft gebouwd. Dat station bestaat uit diverse camera’s en meetinstrumenten die in Tokyo bediend en afgelezen kunnen worden.
Zodra we allemaal plaats hebben genomen aan de tafels, die in een vierkant staan opgesteld, legt de kok uit wat er vandaag op het menu staat. Omdat er zoveel buitenlandse gasten zijn is er gekozen voor typisch Lapse specialiteiten. Natuurlijk zijn er verschillende soorten lokale vis; zalm, forel, röding, gemarineerd, koud gerookt, warm gerookt. Er zijn allerlei gerechten met rendiervlees en elandenvlees, er liggen crackers met diverse soorten kaviaar en er staan pastasalades met lokale bessen en kleine Lapse aardappels. Aan het eind van het buffet staan schalen met rendierrosbief, gemarineerde zeehond en walvisvlees. Om het internationale karakter van dit diner nog eens te benadrukken vraagt de ceremoniemeester ons om achtereenvolgens in onze eigen taal een toast uit te brengen. We beginnen bij het land dat het verst bij Lapland vandaan ligt:”Kampai! À la votre! Proost! Cheers! Budem zdorovy! Na zdrowie! Kippis! Skál! Skål!"
Gemengd gezelschap
Links van mij zit een vrouw die me vraagt of ik degene ben die de Vasaloppet heeft volbracht. Ik ken haar niet en ik stel me aan haar voor. Ze vertelt dat ze een paar jaar geleden van Zweden naar Nederland is verhuisd, waar ze nu als woordvoerster werkt voor de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Er zijn hier veel mensen die op een wetenschappelijke manier met het noorderlicht bezig zijn. Rechts van me zitten een paar oudere vrouwen die, zo maak ik uit hun gesprek op, werken voor Esrange, het lanceerplatform bij Kiruna.
Verder zijn er veel buitenlandse kunstenaars die in Porjus werk tentoonstellen dat het noorderlicht als thema heeft. Een oude vrouw in klederdracht heeft vandaag uitgelegd welke rol het noorderlicht speelt in de cultuur van de Samen. Eén van de weinige genodigden die ik zelf ken is de Pool Andrej, die al jaren in deze contreien rondzwerft. Niemand weet waar hij woont, maar Björn heeft me wel eens verteld dat Andrej aan het begin van iedere winter met een grote stapel boeken op een slee de bossen van Muddus in trekt. Ver buiten de gebaande paden staat een oud hutje waar hij de winter doorbrengt. Andrej is min of meer bekend omdat hij prachtig kan zingen en vooral ook omdat hij soms spontaan (en dus volkomen onverwacht) een lied aanheft.
Volgens mij is Andrej bioloog, maar helemaal zeker ben ik daar niet van. Af en toe duikt hij op in Jokkmokk of in Porjus, waar hij met zijn lange haar en zijn wilde baard een opvallende verschijning is. Voor deze gelegenheid draagt hij een groen legerjasje, een joggingbroek en sandalen. Andrej trekt zich meestal stilletjes terug achter de kantlijn van een feest, maar eenmaal op dreef kan hij ook prachtige verhalen vertellen, vol scherpe en humoristische beschouwingen. Als ik hem in het Laponiahuis aanspreek merk ik meteen dat hij niet zo happy is. Andrej denkt tergend lang na over mijn simpele vraag of het goed met hem gaat en zegt dan met de lach van een boer die kiespijn heeft:”Ach, soms gaat het goed en soms gaat het minder goed…alles weegt hier zwaarder dan in de ruimte”
Ruimtevaarder
Opeens gaat een man, die Engels spreekt met een Frans accent, op de open plek te midden van de tafels staan. Hij bedankt ons voor de interessante dag en begint dan te vertellen hoe hij ooit door NASA werd gevraagd om Bruce Willis en Clint Eastwood voor te bereiden op hun respectievelijke rollen in de films ‘Armageddon’ en ‘Space Cowboys’. Terwijl hij zijn verhaal met enthousiaste armgebaren kracht bijzet, zie ik steeds het beeld van René Artois uit de televisiserie ‘Allo Allo’ voor me. Uit het verhaal van de fransman maak ik op dat hij drie keer in de ruimte is geweest, twee keer met de Atlantis en één keer met de Discovery. Blijkbaar is dit de astronaut wiens komst ik op een affiche voor het festival zag aangekondigd. Later op de avond fabriceert de man raketjes van lucifers en zilverfolie, waarmee hij de werking van een straalpijp demonstreert. Met succes trouwens; de minuscule zelfbouwraketjes vliegen over de borden met zeehondenvlees, rakelings langs de hoofden van de verbaasde gasten. Even vraag ik me af welke commissie van wijze mensen ooit heeft besloten om die gast (tegen ongetwijfeld astronomische kosten) de kosmos in te knallen.
Het antwoord op die vraag krijg ik trouwens al snel. Jean-François Clervoy heeft een indrukwekkende staat van dienst waarmee hij een even indrukwekkende hoeveelheid ere-medailles en onderscheidingen heeft verworven. Maar nog belangrijker is zijn enorme passie voor de ruimtevaart en zijn talent om daar op buitengewoon boeiende wijze over te vertellen. Zowel de wetenschappers als de aanwezige leken en kinderen hangen de hele avond aan zijn lippen. ESA en NASA hebben in Jean-François niet alleen een goede astronaut gevonden, maar ook een perfecte ambassadeur voor de ruimtevaart.
Walvis
Eén van de noorderlichtdeskundigen die naast mij zit is zeer enthousiast over het feit dat ze nu voor het eerst zeehond en walvis gaat eten. Er liggen twee donkerbruine stukjes vlees op haar bord, die ze duidelijk van elkaar gescheiden houdt om het een niet met het ander te verwarren. Zorgvuldig prikt ze een van de stukjes aan haar vork, brengt het naar haar mond en laat het daar een tijdje rondgaan, alsof ze een dure wijn proeft. Voordat ze het vlees doorslikt knikt ze goedkeurend:”Zeehond is lekker” constateert ze. Nu ligt er nog een plakje walvis op haar bord. Ze neemt eerst een slok water, waarna ze met de walvis dezelfde proefprocedure herhaalt. Ik volg haar verrichtingen aandachtig. Ook de walvis schijnt haar wel te bevallen en ik kan het niet nalaten aan haar te vragen waar walvis nou eigenlijk naar smaakt. Ze graaft diep in haar geheugen en kijkt er moeilijk bij. Blijkbaar is walvisvlees nergens mee te vergelijken. Dan klaart haar gezicht op, en roept ze enthousiast:”Walvis lijkt eigenlijk het meest op…zeehond!”
Buitenaardse wezens
Het is een levendige boel, mensen verplaatsen zich de hele avond door de zaal en debatteren (zittend op stoelen en tafels) over de meest uiteenlopende onderwerpen: Protuberansen, parabolische vluchten, pekelvlees, vingerverf, de vermeende helende kracht van het noorderlicht, de smaak van zeehond en de vraag of de IKEA van Haparanda naast ´Pokal´ ook ‘Charmör’-servies verkoopt.
Jean-François toont ons hoe je zelfdragende constructies bouwt van bestek en bierglazen, en laat vervolgens aan de kinderen zien hoe je in feite al gewichtsloos kunt zijn door simpelweg te springen. Wanneer die kinderen vervolgens een aantal keer enthousiast op en neer gesprongen hebben, is hij bereid om voor hen allen een verklaring te schrijven dat ze ervaringsdeskundige zijn in gewichtsloosheid. Een verklaring die hij ondertekent met: Jean-François Clervoy, Ruimtevaarder.
De drie meiden willen nog één ding weten, het is een vraag die hen blijkbaar al de hele avond op de lippen brandt:”Heeft de astronaut wel eens aliens gezien?” Jean-François lacht;”Nee, ik zag ze niet, ze zijn te klein!” De kinderen kijken hem een beetje beteuterd aan. Wat moeten ze hier nu mee, bestaan buitenaardse wezens wel of niet? Jean-François komt met een formidabele verklaring:”Ze bestaan alleen als jij dat wilt! Niemand kan bewijzen dat buitenaardse wezens wel of niet bestaan, je mag het dus zelf weten en het mooiste is; je hebt altijd gelijk!” De meiden besluiten meteen dat aliens dus bestaan, maar schijnen zich toch af te vragen hoe dat nu zit met de afmeting. Was het nou een grapje over die onzichtbaar kleine buitenaardse wezens?
Discussie
Dan ontstaat er onenigheid tussen de wetenschappers over de suggestie dat het noorderlicht geluid zou maken. Er volgt een geanimeerd debat waarin allerlei (voor leken volstrekt onbegrijpelijke) theorieën en natuurkundige fenomenen worden aangehaald die moeten aantonen dat ‘het horen van noorderlicht’ onmogelijk of juist wél mogelijk is. Eén van de wetenschappers, een excentrieke oude dame die zich blijkbaar uitvoerig in de materie heeft verdiept, pareert ieder argument met een plausibel tegenargument, om uiteindelijk simpelweg te verklaren; “en toch heb ik het gehoord, het klinkt als het knetteren van elektriciteit”. De astronaut springt op en zegt dat je natuurlijk dingen kunt horen of zien die anderen niet waarnemen. Hij beschrijft hoe hij tijdens een ruimtevlucht vreemde lichtflitsen zag, alsof iemand foto’s van hem maakte. Later werd hem uitgelegd dat dit zeer waarschijnlijk protonen waren die door zijn oogbol schoten, een fenomeen dat ook door andere astronauten is bevestigd. “Ik zag als het ware mijn eigen noorderlicht, niemand anders kon het zien”. De discussie komt tot een abrupt einde wanneer de kinderen vragen of ze voor ons een liedje mogen zingen in het Sapmi. De lichten worden gedimd en dan klinken in het Laponiahuis drie heldere stemmen die in hun bijna verdwenen taal een kinderliedje zingen. Het optreden wordt beloond met een staande ovatie van alle aanwezigen.
Klapstuk van de avond is de lancering van twee raketten die Jean-François van lege theezakjes knutselt. Wat wij gaan zien is een ‘simultaneous launch, just like in Armageddon’. “No solid fuel and minimum payload!” roept hij, terwijl hij demonstratief de thee uit de zakjes verwijdert. Van het vloeipapier vouwt hij twee raketten en zet die naast elkaar op theeschoteltjes. Dan steekt hij ze voorzichtig aan, en tellen we met zijn allen af:…three, two, one, and lift-off! Onder luid gejoel stijgen de brandende theezakjes op, helemaal tot aan het plafond, waarna de zwarte restjes langzaam neerdwarrelen. “Pay attention now!” Roept Jean-François; “this is where we have zero gravity!” Twintig volwassenen en drie kinderen volgen met wijd opengesperde ogen de vlucht van de Lipton 1 en de Lipton 2. Het brandalarm van het Laponiahuis gaat deze avond drie keer af, maar daar stoort niemand zich aan; we zijn per slot van rekening bezig in het belang van de wetenschap.
Na afloop van de maaltijd wordt de kok nog even in de schijnwerpers gezet en uitvoerig bedankt voor het fantastische buffet. Hij neemt het applaus met zichtbare voldoening in ontvangst, verruilt dan zijn witte schort en koksmuts voor zijn jachttenue (wintercamouflage) en verdwijnt de poolnacht in. Wij ruimen de rotzooi op, een klus die trouwens zo gepiept is omdat iedereen meehelpt. In het kleine keukentje van het Laponiahuis wordt met vereende krachten de orde hersteld. Een IJslandse kunstschilder draagt de vuile vaat aan, zijn vrouwelijke collega uit Friesland doet de afwas, ik droog af, de Franse astronaut ruimt de kastjes in, Andrej zingt. Vandaag hebben we weer zo’n bijzondere en memorabele bijeenkomst meegemaakt waar Patricia Cowern patent op lijkt te hebben. Het eerste Noorderlicht festival is geslaagd; iedereen spreekt de hoop uit dat dit een jaarlijks terugkerend fenomeen gaat worden.
Expositie
De volgende ochtend ga ik nog snel even langs bij de gallerie van Patricia, waar drie kunstenaars schilderijen tonen die het noorderlicht als thema hebben. Maghsud uit Iran kiest er met zijn airbrush techniek voor om het noorderlicht zo realistisch mogelijk weer te geven en slaagt daar buitengewoon goed in. Wat je op zijn schilderijen ziet is haast nog ‘echter’ dan foto’s van het fenomeen. De lange sluitertijden die nodig zijn om het noorderlicht te fotograferen geven meestal toch een (licht) vertekend beeld. Oliver Aevar Guobrandsson uit IJsland is zelf nog aanwezig en wil wel wat vertellen over zijn olieverf schilderijen. Hij schildert alleen maar noorderlicht en gelooft dat het een onderwerp is waar hij de rest van zijn schilderscarrière mee kan werken. Hij kiest voor een meer abstracte weergave van het fenomeen, die in sommige schilderijen bijna cartoonachtig overkomt. Op de meeste afbeeldingen slingert een felgroene sjerp boven het kleurloze en desolate landschap. In de surrealistische schilderijen van Marijke Sjollema uit Nederland is het noorderlicht niet of nauwelijks zichtbaar aanwezig. Toch is het wel duidelijk dat alle beelden er iets mee te maken hebben. Ook Marijke is zelf in de gallerie en vertelt over haar werk. Noorderlicht is slechts een van de vele onderwerpen die ze schildert. Ze zag het noorderlicht lang geleden voor het eerst in Canada, maar raakte pas veel later (in Zweden) geïnspireerd tot het verwerken van het fenomeen in haar schilderijen.
Deze tijdelijke expositie is nog tot de zomer te zien in de Arctic colors gallery (het oude station van Porjus). Daarnaast vind je er permanent werk van Birgitta Sandin, Vivan Johansson en Ketty Kangas uit Zweden, Severnoie Siganie uit Rusland en natuurlijk hangen er altijd foto’s van Patricia zelf.
Lapland buffet
Meer om Patricia een plezier te doen dan omdat ik er zelf zo’n zin in heb, rijd ik met hoge snelheid naar Porjus, om precies op tijd te arriveren voor het buffet. Er hebben zich ongeveer twintig mensen verzameld, waarvan ik er maar weinig ken. Waarschijnlijk hebben deze mensen zich vandaag allemaal al uitgebreid voorgesteld en presentaties gegeven. Ik vind het vervelend dat ik nu niet weet wie ze zijn, en vooral waarom ze hier zijn. De kok is druk bezig om de laatste hand te leggen aan het buffet, dat er werkelijk geweldig uitziet. Hem ken ik trouwens wel. Het is een vrolijke man met een kogelronde buik en een Bourgondische kop, voor wie voedsel de raison d’être is. Hij woont in Porjus en we hebben elkaar wel eens ontmoet bij vergaderingen van de schietclub. Volgens mij is hij de voorzitter van de jacht-en visvereniging. Zijn hoofd is rood aangelopen van de drukte, maar hij kijkt met een brede lach op zijn gezicht naar het buffet en is duidelijk tevreden over het resultaat van zijn inspanning. Wanneer we ons naar de tafels begeven herken ik ook een Japanner die samen met zijn collega’s een onderzoeksstation voor noorderlicht in Porjus heeft gebouwd. Dat station bestaat uit diverse camera’s en meetinstrumenten die in Tokyo bediend en afgelezen kunnen worden.
Zodra we allemaal plaats hebben genomen aan de tafels, die in een vierkant staan opgesteld, legt de kok uit wat er vandaag op het menu staat. Omdat er zoveel buitenlandse gasten zijn is er gekozen voor typisch Lapse specialiteiten. Natuurlijk zijn er verschillende soorten lokale vis; zalm, forel, röding, gemarineerd, koud gerookt, warm gerookt. Er zijn allerlei gerechten met rendiervlees en elandenvlees, er liggen crackers met diverse soorten kaviaar en er staan pastasalades met lokale bessen en kleine Lapse aardappels. Aan het eind van het buffet staan schalen met rendierrosbief, gemarineerde zeehond en walvisvlees. Om het internationale karakter van dit diner nog eens te benadrukken vraagt de ceremoniemeester ons om achtereenvolgens in onze eigen taal een toast uit te brengen. We beginnen bij het land dat het verst bij Lapland vandaan ligt:”Kampai! À la votre! Proost! Cheers! Budem zdorovy! Na zdrowie! Kippis! Skál! Skål!"
Gemengd gezelschap
Links van mij zit een vrouw die me vraagt of ik degene ben die de Vasaloppet heeft volbracht. Ik ken haar niet en ik stel me aan haar voor. Ze vertelt dat ze een paar jaar geleden van Zweden naar Nederland is verhuisd, waar ze nu als woordvoerster werkt voor de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Er zijn hier veel mensen die op een wetenschappelijke manier met het noorderlicht bezig zijn. Rechts van me zitten een paar oudere vrouwen die, zo maak ik uit hun gesprek op, werken voor Esrange, het lanceerplatform bij Kiruna.
Verder zijn er veel buitenlandse kunstenaars die in Porjus werk tentoonstellen dat het noorderlicht als thema heeft. Een oude vrouw in klederdracht heeft vandaag uitgelegd welke rol het noorderlicht speelt in de cultuur van de Samen. Eén van de weinige genodigden die ik zelf ken is de Pool Andrej, die al jaren in deze contreien rondzwerft. Niemand weet waar hij woont, maar Björn heeft me wel eens verteld dat Andrej aan het begin van iedere winter met een grote stapel boeken op een slee de bossen van Muddus in trekt. Ver buiten de gebaande paden staat een oud hutje waar hij de winter doorbrengt. Andrej is min of meer bekend omdat hij prachtig kan zingen en vooral ook omdat hij soms spontaan (en dus volkomen onverwacht) een lied aanheft.
Volgens mij is Andrej bioloog, maar helemaal zeker ben ik daar niet van. Af en toe duikt hij op in Jokkmokk of in Porjus, waar hij met zijn lange haar en zijn wilde baard een opvallende verschijning is. Voor deze gelegenheid draagt hij een groen legerjasje, een joggingbroek en sandalen. Andrej trekt zich meestal stilletjes terug achter de kantlijn van een feest, maar eenmaal op dreef kan hij ook prachtige verhalen vertellen, vol scherpe en humoristische beschouwingen. Als ik hem in het Laponiahuis aanspreek merk ik meteen dat hij niet zo happy is. Andrej denkt tergend lang na over mijn simpele vraag of het goed met hem gaat en zegt dan met de lach van een boer die kiespijn heeft:”Ach, soms gaat het goed en soms gaat het minder goed…alles weegt hier zwaarder dan in de ruimte”
Ruimtevaarder
Opeens gaat een man, die Engels spreekt met een Frans accent, op de open plek te midden van de tafels staan. Hij bedankt ons voor de interessante dag en begint dan te vertellen hoe hij ooit door NASA werd gevraagd om Bruce Willis en Clint Eastwood voor te bereiden op hun respectievelijke rollen in de films ‘Armageddon’ en ‘Space Cowboys’. Terwijl hij zijn verhaal met enthousiaste armgebaren kracht bijzet, zie ik steeds het beeld van René Artois uit de televisiserie ‘Allo Allo’ voor me. Uit het verhaal van de fransman maak ik op dat hij drie keer in de ruimte is geweest, twee keer met de Atlantis en één keer met de Discovery. Blijkbaar is dit de astronaut wiens komst ik op een affiche voor het festival zag aangekondigd. Later op de avond fabriceert de man raketjes van lucifers en zilverfolie, waarmee hij de werking van een straalpijp demonstreert. Met succes trouwens; de minuscule zelfbouwraketjes vliegen over de borden met zeehondenvlees, rakelings langs de hoofden van de verbaasde gasten. Even vraag ik me af welke commissie van wijze mensen ooit heeft besloten om die gast (tegen ongetwijfeld astronomische kosten) de kosmos in te knallen.
Het antwoord op die vraag krijg ik trouwens al snel. Jean-François Clervoy heeft een indrukwekkende staat van dienst waarmee hij een even indrukwekkende hoeveelheid ere-medailles en onderscheidingen heeft verworven. Maar nog belangrijker is zijn enorme passie voor de ruimtevaart en zijn talent om daar op buitengewoon boeiende wijze over te vertellen. Zowel de wetenschappers als de aanwezige leken en kinderen hangen de hele avond aan zijn lippen. ESA en NASA hebben in Jean-François niet alleen een goede astronaut gevonden, maar ook een perfecte ambassadeur voor de ruimtevaart.
Walvis
Eén van de noorderlichtdeskundigen die naast mij zit is zeer enthousiast over het feit dat ze nu voor het eerst zeehond en walvis gaat eten. Er liggen twee donkerbruine stukjes vlees op haar bord, die ze duidelijk van elkaar gescheiden houdt om het een niet met het ander te verwarren. Zorgvuldig prikt ze een van de stukjes aan haar vork, brengt het naar haar mond en laat het daar een tijdje rondgaan, alsof ze een dure wijn proeft. Voordat ze het vlees doorslikt knikt ze goedkeurend:”Zeehond is lekker” constateert ze. Nu ligt er nog een plakje walvis op haar bord. Ze neemt eerst een slok water, waarna ze met de walvis dezelfde proefprocedure herhaalt. Ik volg haar verrichtingen aandachtig. Ook de walvis schijnt haar wel te bevallen en ik kan het niet nalaten aan haar te vragen waar walvis nou eigenlijk naar smaakt. Ze graaft diep in haar geheugen en kijkt er moeilijk bij. Blijkbaar is walvisvlees nergens mee te vergelijken. Dan klaart haar gezicht op, en roept ze enthousiast:”Walvis lijkt eigenlijk het meest op…zeehond!”
Buitenaardse wezens
Het is een levendige boel, mensen verplaatsen zich de hele avond door de zaal en debatteren (zittend op stoelen en tafels) over de meest uiteenlopende onderwerpen: Protuberansen, parabolische vluchten, pekelvlees, vingerverf, de vermeende helende kracht van het noorderlicht, de smaak van zeehond en de vraag of de IKEA van Haparanda naast ´Pokal´ ook ‘Charmör’-servies verkoopt.
Jean-François toont ons hoe je zelfdragende constructies bouwt van bestek en bierglazen, en laat vervolgens aan de kinderen zien hoe je in feite al gewichtsloos kunt zijn door simpelweg te springen. Wanneer die kinderen vervolgens een aantal keer enthousiast op en neer gesprongen hebben, is hij bereid om voor hen allen een verklaring te schrijven dat ze ervaringsdeskundige zijn in gewichtsloosheid. Een verklaring die hij ondertekent met: Jean-François Clervoy, Ruimtevaarder.
De drie meiden willen nog één ding weten, het is een vraag die hen blijkbaar al de hele avond op de lippen brandt:”Heeft de astronaut wel eens aliens gezien?” Jean-François lacht;”Nee, ik zag ze niet, ze zijn te klein!” De kinderen kijken hem een beetje beteuterd aan. Wat moeten ze hier nu mee, bestaan buitenaardse wezens wel of niet? Jean-François komt met een formidabele verklaring:”Ze bestaan alleen als jij dat wilt! Niemand kan bewijzen dat buitenaardse wezens wel of niet bestaan, je mag het dus zelf weten en het mooiste is; je hebt altijd gelijk!” De meiden besluiten meteen dat aliens dus bestaan, maar schijnen zich toch af te vragen hoe dat nu zit met de afmeting. Was het nou een grapje over die onzichtbaar kleine buitenaardse wezens?
Discussie
Dan ontstaat er onenigheid tussen de wetenschappers over de suggestie dat het noorderlicht geluid zou maken. Er volgt een geanimeerd debat waarin allerlei (voor leken volstrekt onbegrijpelijke) theorieën en natuurkundige fenomenen worden aangehaald die moeten aantonen dat ‘het horen van noorderlicht’ onmogelijk of juist wél mogelijk is. Eén van de wetenschappers, een excentrieke oude dame die zich blijkbaar uitvoerig in de materie heeft verdiept, pareert ieder argument met een plausibel tegenargument, om uiteindelijk simpelweg te verklaren; “en toch heb ik het gehoord, het klinkt als het knetteren van elektriciteit”. De astronaut springt op en zegt dat je natuurlijk dingen kunt horen of zien die anderen niet waarnemen. Hij beschrijft hoe hij tijdens een ruimtevlucht vreemde lichtflitsen zag, alsof iemand foto’s van hem maakte. Later werd hem uitgelegd dat dit zeer waarschijnlijk protonen waren die door zijn oogbol schoten, een fenomeen dat ook door andere astronauten is bevestigd. “Ik zag als het ware mijn eigen noorderlicht, niemand anders kon het zien”. De discussie komt tot een abrupt einde wanneer de kinderen vragen of ze voor ons een liedje mogen zingen in het Sapmi. De lichten worden gedimd en dan klinken in het Laponiahuis drie heldere stemmen die in hun bijna verdwenen taal een kinderliedje zingen. Het optreden wordt beloond met een staande ovatie van alle aanwezigen.
Klapstuk van de avond is de lancering van twee raketten die Jean-François van lege theezakjes knutselt. Wat wij gaan zien is een ‘simultaneous launch, just like in Armageddon’. “No solid fuel and minimum payload!” roept hij, terwijl hij demonstratief de thee uit de zakjes verwijdert. Van het vloeipapier vouwt hij twee raketten en zet die naast elkaar op theeschoteltjes. Dan steekt hij ze voorzichtig aan, en tellen we met zijn allen af:…three, two, one, and lift-off! Onder luid gejoel stijgen de brandende theezakjes op, helemaal tot aan het plafond, waarna de zwarte restjes langzaam neerdwarrelen. “Pay attention now!” Roept Jean-François; “this is where we have zero gravity!” Twintig volwassenen en drie kinderen volgen met wijd opengesperde ogen de vlucht van de Lipton 1 en de Lipton 2. Het brandalarm van het Laponiahuis gaat deze avond drie keer af, maar daar stoort niemand zich aan; we zijn per slot van rekening bezig in het belang van de wetenschap.
Na afloop van de maaltijd wordt de kok nog even in de schijnwerpers gezet en uitvoerig bedankt voor het fantastische buffet. Hij neemt het applaus met zichtbare voldoening in ontvangst, verruilt dan zijn witte schort en koksmuts voor zijn jachttenue (wintercamouflage) en verdwijnt de poolnacht in. Wij ruimen de rotzooi op, een klus die trouwens zo gepiept is omdat iedereen meehelpt. In het kleine keukentje van het Laponiahuis wordt met vereende krachten de orde hersteld. Een IJslandse kunstschilder draagt de vuile vaat aan, zijn vrouwelijke collega uit Friesland doet de afwas, ik droog af, de Franse astronaut ruimt de kastjes in, Andrej zingt. Vandaag hebben we weer zo’n bijzondere en memorabele bijeenkomst meegemaakt waar Patricia Cowern patent op lijkt te hebben. Het eerste Noorderlicht festival is geslaagd; iedereen spreekt de hoop uit dat dit een jaarlijks terugkerend fenomeen gaat worden.
ExpositieDe volgende ochtend ga ik nog snel even langs bij de gallerie van Patricia, waar drie kunstenaars schilderijen tonen die het noorderlicht als thema hebben. Maghsud uit Iran kiest er met zijn airbrush techniek voor om het noorderlicht zo realistisch mogelijk weer te geven en slaagt daar buitengewoon goed in. Wat je op zijn schilderijen ziet is haast nog ‘echter’ dan foto’s van het fenomeen. De lange sluitertijden die nodig zijn om het noorderlicht te fotograferen geven meestal toch een (licht) vertekend beeld. Oliver Aevar Guobrandsson uit IJsland is zelf nog aanwezig en wil wel wat vertellen over zijn olieverf schilderijen. Hij schildert alleen maar noorderlicht en gelooft dat het een onderwerp is waar hij de rest van zijn schilderscarrière mee kan werken. Hij kiest voor een meer abstracte weergave van het fenomeen, die in sommige schilderijen bijna cartoonachtig overkomt. Op de meeste afbeeldingen slingert een felgroene sjerp boven het kleurloze en desolate landschap. In de surrealistische schilderijen van Marijke Sjollema uit Nederland is het noorderlicht niet of nauwelijks zichtbaar aanwezig. Toch is het wel duidelijk dat alle beelden er iets mee te maken hebben. Ook Marijke is zelf in de gallerie en vertelt over haar werk. Noorderlicht is slechts een van de vele onderwerpen die ze schildert. Ze zag het noorderlicht lang geleden voor het eerst in Canada, maar raakte pas veel later (in Zweden) geïnspireerd tot het verwerken van het fenomeen in haar schilderijen.
Deze tijdelijke expositie is nog tot de zomer te zien in de Arctic colors gallery (het oude station van Porjus). Daarnaast vind je er permanent werk van Birgitta Sandin, Vivan Johansson en Ketty Kangas uit Zweden, Severnoie Siganie uit Rusland en natuurlijk hangen er altijd foto’s van Patricia zelf.
